Costa's slappe kost, fjorden fantastisch
Bron : De Morgen, 24 juni 2004
Op zoek naar ongerepte natuur en onbetreden paden hebben reizigers al heel wat plekken op deze aarde om zeep geholpen. Traveler, het reismagazine van de National Geographic, rangschikte 115 toeristische trekpleisters voor het eerst op basis van authenticiteit in een ‘Index van verstandig toeristisch beheer’. Tweehonderd experts mochten een oordeel vellen. Moeilijk bereikbare fjorden blijken het best bewaard, zuiderse strandbestemmingen komen er belabberd uit.


Voor het onderzoek werden 200 kenners van duurzaam toerisme, archeologie, ruimtelijke ordening, culturele antropologie en reisjournalistiek door onderzoekers van de universiteit van Leeds ondervraagd over een aantal sleutelcriteria als de toestand van de historische gebouwen en archeologische sites, de milieueffecten en de uitbouw van het toerisme, de sociale en culturele integriteit van de oorspronkelijke bevolking en de toekomstperspectieven van de plek in kwestie. Naargelang de bestemming woog het ene criterium sterker door dan het andere, en een score op 100 was het eindresultaat.
Door een combinatie van geluk en verstandig beheer eindigen de relatief ongerepte Noorse fjorden helemaal bovenaan. “De onherbergzaamheid van de Noorse kustlijn helpt het gebied om authentiek te blijven”, schrijft Jonathan Tourtellot in Traveler. Een ruig en moeilijk toegankelijk terrein, schaars bevolkte kustplaatsen, een koel en nat klimaat en een kort toeristisch seizoen houden de bezoekersdruk er relatief laag. Hetzelfde geldt voor andere fjordengebieden in Chili en Nieuw-Zeeland, die ook in de topvijf prijken. Andere toppers in afgelegen dunbevolkte gebieden zijn de Schotse Highlands, de Zwitserse Alpen, het Paaseiland van Chili, Uluru (Ayer’s Rock) in Australië en de Inside Passage op de grens van Alaska en Canada. Maar ook de historische stadscentra van Dubrovnik, Kyoto, Fez, Québec, Heidelberg en Krakau zijn toeristenmagneten die met hun populariteit hebben leren omgaan.
“Het is een beetje appelen met peren vergelijken, zo’n klassement”, zegt Bart De Winter, zaakvoerder van reisorganisatie Anders Reizen. “Bovendien valt het me op dat in de toptien enkel trekpleisters in westerse landen zijn opgenomen. Een land dat meer middelen ter beschikking heeft kan ook meer investeren in de duurzame ontwikkeling van het toerisme. Begrijpelijk genoeg zijn ontwikkelingslanden meer gefocust op de middelen die dankzij het toerisme het land binnenstromen en denken ze vaak niet onmiddellijk aan de impact ervan op hun land. Het toerisme tast in een land als Noorwegen de levenswijze van de bevolking ook nauwelijks aan, omdat de cultuur van de toeristen er nauw aanleunt bij de hunne. Anders is dat in een land als Egypte, waar enorme hordes toeristen er voor de plaatselijke bevolking eigenaardige gewoonten op na houden.”
“Het is niet alleen een kwestie van geld, maar ook van mentaliteit. De opvattingen die nu in de derde wereld heersen over een goed milieubeleid veranderen maar heel langzaam”, stelt Filip D’Huyvetter van het reisinfocentrum Wegwijzer.
Anderzijds zijn er toeristische trekpleisters die volgens de experts aantrekkelijk blijven, maar waar groeiende aantallen reizigers het plaatselijke ecosysteem onder druk zetten. Voorbeelden zijn de Machu Picchu in Peru, het eiland Wight in het Kanaal, de Amalfitaanse kust nabij Napels en het eiland Korfoe. De enige Benelux-bestemming die opgenomen werd in de poll, het historische centrum van Amsterdam, eindigt met zijn 45ste plaats ook in de middenmoot. Het Midden-Amerikaanse Costa Rica, dat zichzelf graag profileert als een koploper in ecotoerisme, belandt verrassend genoeg maar op de 51ste plaats. Volgens de experts stroken de recente massale ontbossingen niet met het positieve imago van het land.
Aan de onderkant van de lijst valt vooral de slechte score van de zonen-zand-bestemmingen en eilanden op. De hele toptien van verloren paradijzen bestaat uit kuststroken. Helemaal onderaan bengelt de Spaanse Costa del Sol, volgens de kenners “het schoolvoorbeeld van een betonnen kust waar karakterloze hotelblokken de zee omzomen”. Maar ook alle andere Spaanse Costa’s, de Balearen (Mallorca, Ibiza...), de Canarische Eilanden (Tenerife...), de Portugese Algarve en de Franse Rivičra brengen het er maar belabberd van af. Door de overexploitatie liggen massa’s zonnekloppers daar elke zomer als haringen in een ton op het strand. Andere laag scorende toeristische bestemmingen liggen in oorlogsgebied (Betlehem), worden overspoeld door toeristen (Angkor in Cambodja, Akropolis in Athene), of worden bedreigd door stadsuitbreidingen (Egyptische piramides) tot zelfs een stijging van de zeespiegel door de opwarming van de aarde (Venetië).
Eén lichtpuntje toch: volgens de onderzoekers beginnen de plaatselijke beleidsmakers hier en daar de negatieve uitwassen van het massatoerisme in te zien. Plekken zoals het Jamaicaanse Negril, waar 90 procent van de natuurlijke koraalriffen verdwenen was en de autoriteiten op het nippertje een uitgebreid restauratieplan hebben opgezet, bevestigen die tendens. “Maar op veel toeristische plekken gaan hebzucht en kortzichtigheid nog steeds hand in hand, ten koste van het natuurlijke milieu”, besluiten de auteurs in Traveler.
“Persoonlijk denk ik dat die excessen zich voor een stuk zullen herstellen”, merkt Filip D’Huyvetter op. “De Spaanse en Griekse costa’s bijvoorbeeld kunnen momenteel niet meer tippen aan de prijzen van concurrent Turkije. De lelijke en verouderde flatgebouwen zullen binnenkort dan ook nagenoeg leeg staan en dan dringt een reconversie naar een ander soort toerisme zich op. Ik ben niet echt zo’n doemdenker. Zo werd het marmer van de Taj Mahal enkele jaren geleden bedreigd door de luchtvervuiling van nabije industrie. De autoriteiten hebben die fabrieken dan ook aangepakt om het unieke monument intact te houden.”
“Mensen zullen meer en meer reizen”, voorspelt D’Huyvetter. “De mobiliteit is er nu eenmaal, en niemand zal thuis blijven. Vroeger waren reizen er enkel voor de happy few, maar door de democratisering van de prijzen kunnen nu al veel meer mensen de koffers pakken. Als we een manier vinden om toeristische en milieubelangen overal met elkaar te verzoenen, zie ik de toekomst positief in.”
Sara De Sloover, De Morgen