- Intensieve landbouw = landbouw waar met veel arbeid (en machines) een hoge opbrengst per hectare verkregen wordt.
- Extensieve landbouw = landbouw waar met weinig arbeid (en machines) een lage opbrengst per hectare verkregen wordt.
DE LANDBOUWTYPES
- akkerbouw = landbouwvorm waarbij men op akkers gewassen teelt.
Een akkerbouwbedrijf moet voldoende hectaren grond bezitten om rendabel te zijn. In moderne akkerbouwbedrijven worden grote machines ingezet om de akkers te bewerken en te oogsten. Deze bedrijven zijn dus kapitaalintensief en arbeidsextensief.
Landbouwproducten: voedselgewassen als voeding voor de mens
voedergewassen als voeding voor het vee,
nijverheidsgewassen worden in de industrie verder verwerkt.
- veeteelt = landbouwvorm waarbij men dieren kweekt of houdt.
Een veeteeltbedrijf is te herkennen aan de stallen voor het vee.
Wanneer de dieren in uitgestrekte gebieden grazen, spreek je van extensieve veeteelt. In koudere gebieden wordt het vee in de winter op stal gezet en voorziet de boer voldoende veevoeder.
Wanneer het vee als hokdieren gedurende het hele jaar in stallen verblijft of op weiden wordt gehouden, kan je spreken van intensieve veeteelt. In bio-industriële bedrijven werken boeren niet-grondgebonden. Ze beschikken slechts over een beperkte oppervlakte. Vooral varkens en pluimvee zijn geschikte hokdieren.
Landbouwproducten: vlees, melk, eieren, andere dierlijke producten (lever, pels,…)
- tuinbouw = landbouwvorm die gespecialiseerd is in het telen van groenten, fruit,bloemen, sierstruiken en bomen.
Een tuinbouwbedrijf teelt zijn producten in serres (glasteelt) of in volle grond.
In de fruitteelt wordt klein fruit zoals bessen, aardbeien en druiven
in volle grond en in serres geteeld; groot fruit zoals appelen, peren,
citrusvruchten teelt men in volle grond. De sierteelt van snijbloemen,
potplanten, struiken en bomen gebeurt net zoals de
groenteteelt in serres en in volle grond.
- gemengde landbouw = landbouwvorm waarbij meer dan één soort bedrijvigheid voorkomt.
Voorbeelden: akkerbouw (voedergewassen) + veeteelt (runderen),
tuinbouw (groenten in volle grond) + veeteelt (runderen)