Oefening

Opdracht

Open het programma Google Earth (als dat nog niet gebeurd is).

Dubbelklik telkens in het menu 'Plaatsen' op de lokatie waarvan je het reliëf wil bestuderen.

Je vliegt nu naar die plaats.

Beoordeel de horizonlijn, de hoogteverschillen en de hellingen. Vul de oefening in.

 


De navigatieknoppen gebruiken

Als je vertrouwd bent met het werken in Google Earth, kan je zelf navigeren...
Je kan zoomen en een duikvlucht maken, bijvoorbeeld voor een ander perspectief op het terrein, of je kan de weergave draaien.

 

  1. Klik en sleep de ring om de weergave te draaien.
    Klik op de knop N om het noorden boven in het scherm weer te geven.
  1. Gebruik deze joystick om rond te kijken vanaf één uitkijkpunt, alsof u uw hoofd draait.
    Klik op een pijl om in die richting te kijken of houd de muisknop ingedrukt om de weergave te wijzigen.

  1. Gebruik deze joystick om uw positie te verplaatsen.
    Klik op een pijl om in die richting te kijken of houd de muisknop ingedrukt om de weergave te wijzigen.
    Nadat je op een pijl hebt geklikt, plaats je de muisaanwijzer op de joystick om de kijkrichting te veranderen.

 

 

  1. Gebruik deze zoomregelaar om in of uit te zoomen (+ om in te zoomen, - om uit te zoomen) of klik op de pictogrammen aan het uiteinde van de schuifregelaar.
    Als je dichter bij de grond komt, kantelt Google Earth de weergavehoek zodat deze parallel loopt met het aardoppervlak.

 

 

 

 

Werkgroep Didactische Middelen