In deze ICT-oefening leer je meten met de lijnschaal in een eenvoudige GIS-toepassing.
We gebruiken hier de website van Geo-Vlaanderen voor.
Voorkennis
Weten wat de schaal van een kaart is.
De schaal van een kaart geeft aan hoeveel maal de afstand op kaart kleiner is dan de afstand in de werkelijkheid.
Op de meeste kaarten vind je een breukschaal en een lijnschaal terug.
● Breukschaal 1 / 100 of 1 : 20 000
● Lijnschaal O 100 200 300 400 500 m
└────┴────┴────┴────┴────┘
De lijnschaal op een kaart kunnen aanduiden en gebruiken.
Als de te meten afstand kleiner is dan de lijnschaal
1. Leg een papierstrook met de rand langs de te meten afstand
2. Breng met twee merktekens die afstand over op de papierstrook
3. Leg één merkteken gelijk met ‘t begin (0) van de lijnschaal
4. Lees tegenover het andere merkteken de afstand af. ............... m
Als de te meten afstand groter is dan de lijnschaal
1. 2. 3. Zoals boven
4. Duid met een merkteken de volledige lengte van de lijnschaal aan op de strook.
Lees de lengte van de lijnschaal af ............... m
5. Leg dit laatste merkteken gelijk met het begin van de lijnschaal.
Lees nu de resterende afstand af. + ............... m
6. De afstand is de som van de beide getallen = ............... m